Feedback in tijden van Corona | Daniël De Weerdt

Feedback in tijden van Corona | Daniël De Weerdt

Feedback in tijden van Corona

(Relaas van een communicatietrainer in het COVID-19 tijdperk)

Daar ik me graag laat inspireren door mensen die het kunnen weten, heb ik er een gewoonte van gemaakt om tijdens deze Corona-crisis dagelijks een wandeling te maken. Zo kan ik zowel mijn brein als mijn ledematen ietwat in conditie houden. Een zware opgave is dat niet, want ik woon toevallig in de mooiste stad van het land.

Zodoende trok ik ook afgelopen zondag mijn sneakers aan en begaf me richting Scheldekaaien, onder een heerlijk stralende lentezon. Al snel werd me duidelijk dat ik niet de enige Sinjoor was met dit lumineuze idee. Om het met de woorden van Stijn Meuris te zeggen; Het was weer druk in… Antwerpen’. Zorgvuldig fietsers, peddelaars en fanatieke joggers ontwijkend, begaf ik me richting Droogdokkenpark, met het vooruitzicht om me daar met een goed boek neer te vleien op één van de houten banken met uitzicht op de Schelde.

Ondanks de drukte, merkte ik dat de meeste mensen zich netjes hielden aan de regels rond ‘social distancing’, al passeerde ik ook regelmatig groepjes jongeren, bij wie de boodschap nog niet was doorgedrongen. Ik voelde hierbij een stukje inwendige wrevel opborrelen, maar weerhield me ervan om die mensen erover aan te spreken. Voor mij wandelde een koppel van middelbare leeftijd, hand in hand, want dat mag in Antwerpen. Ook zij stoorden zich kennelijk aan een zoveelste groepje jongelui dat zich had samengetroept op een stuk Scheldemuur. Voor de dame van het duo een niet te negeren signaal om gehoor te geven aan haar burgerplicht. Hierop speelde zich volgende discussie af:

Vinden jullie dat nu normaal, om hier wat gezellig samen te zitten, terwijl dat elke mens met een beetje gezond verstand weet dat je afstand moet houden van elkaar!?

– “Ja maar mevrouw, u loopt toch ook hand in hand met meneer?” sprak één van de mannen van het viertallige gezelschap.

– “Zeg, dat is wel mijn man. Ik loop hier niet met vijf man naast mij he!

– “Nee mevrouw, maar ik zit ook gewoon maar naast mijn vriendin, en onze vrienden zitten op anderhalve meter van ons, toch..

– “Pfff, als dat anderhalve meter is.. Maar goed, we zullen wij maar ons best doen, en de jeugd doet gewoon zijn goesting..” poneerde de dame stellig.

“Verontwaardigd keken de vier jonge mensen elkaar aan, lachten een beetje uitdagend naar elkaar (mijn interpretatie),”

waarop de dame haar man bij de arm trok en ziedend de aftocht blies. Zelf onthield ik me van commentaar, maar de communicatietrainer in mij was wel getriggerd door het gesprek. Het was duidelijk dat de discussie volstrekt zinloos was geweest, enkel de gemoederen had opgehitst en geenszins zijn doel had bereikt.

Een kwartier later bereikte ik het Droogdokkenpark, tot voor kort een verborgen parel in de Scheldestad, maar heden ten dage een magneet voor menig Antwerpenaar. Gelukkig was er nog een plekje vrij op een vrijstaand houten bankje (eigenlijk eerder een ligstoel) waar ik, dankbaar én conform de regels van social distancing, plaatsnam. Met mijn boek in de hand genoot ik van de heerlijke lentebries en het mooie uitzicht op de Schelde. Het perfecte plaatje, ware het niet dat er zich links van mij, op zowat een twintigtal meter, een groepje internationale studenten had genesteld. Zes jongvolwassen mensen, knusjes in een intieme cirkel, met als middelpunt drie flessen wijn, waarvan twee reeds soldaat gemaakt. In andere tijden had ik dit tafereel wellicht met nostalgische blik aanschouwd, mijmerend over mijn eigen studententijd die zich afspeelde in de vorige eeuw. Maar niet nu. Nu voelde ik me getriggerd. Ik merkte dat er zelfs boze gedachten in mij naar boven kwamen.

Met de woordenwisseling van eerder die namiddag in het achterhoofd, besloot ik deze mensen aan te spreken. Deze keer echter volgens de regels van de kunst, want ik ben nu eenmaal een communicatietrainer. Zodoende nam ik enkele diepe ademteugen, probeerde een oprechte glimlach uit, en begaf me rustig richting het olijke gezelschap. Eenmaal toegekomen hurkte ik me en sprak hen als volgt aan:

Wel, jullie hebben precies wel een leuke zondagmiddag hier, zie ik.” Ik deed hierbij mijn best om heel neutraal te klinken. Nog voor ik mijn volgende zin kon uitspreken, nam een jonge kerel uit de groep het woord;

U gaat toch ook niet komen klagen over die Corona he meneer, en over dat we te kort bij elkaar zitten en zo

Mmm, die had ik niet zien aankomen. Hoewel de man, ik vermoed een Spanjaard, het best wel rustig en respectvol zei, was ik even uit mijn lood geslagen. Ik ademde even in en uit, en bewaakte mijn glimlach.

Zo, jullie zijn dus al eerder aangesproken hierover. Maar blijkbaar heeft dat nog niet veel indruk gemaakt dan?” Ik liet er een ongedwongen glimlach op volgen.

Wij worden hier om de vijf minuten aangesproken. Echt niet te doen. Terwijl wij niemand lastigvallen. We wonen met z’n allen op een superklein kot. Dus, of we daar nu kort bij elkaar zitten, of hier, zo veel verschil zal dat toch niet maken he.

“Deze opmerking klonk niet volledig onterecht, en even vroeg ik mezelf af waarom ik me met deze uitdaging had ingelaten.”

Ik overwoog kort mijn opties en probeerde het volgende:

– “En wat zou jullie wel kunnen overtuigen dan, om de regels rond Corona te respecteren, en dus wel afstand van elkaar te houden?

Mja, als de politie zou komen, dan zullen we wel weggaan. Maar tot dan gaan we hier toch wel blijven zitten”, antwoordde nog steeds diezelfde jongeman, waarop zijn vrienden overtuigend knikten.

Wel, ik ben in ieder geval niet van de politie. Dus ik ga jullie nergens toe verplichten.” Ik voelde dat de rede en het gezond verstand hier niet zouden zegevieren.

Nee, zo ziet u er ook niet uit. U bent veel te vriendelijk om van de politie te zijn,” grapte de woordvoerder.

Hierop besloot ik mijn laatste troef uit te spelen. Als de rationaliteit het niet haalt, is er immers nog altijd de emotie.

-“Kijk mensen, ik ga jullie niet zeggen wat jullie moeten doen he. Maar ik wil gewoon nog één ding vertellen. Mijn vriendin werkt als verpleegster, ze is momenteel aan het werk. Eerder deze week is er een jonge man op haar afdeling overleden, waarvan ze achteraf heeft vernomen dat hij op een lockdown-feestje was geweest. Ik snap best dat jullie jong zijn en willen genieten, maar jullie zijn niet onsterfelijk. Wat mij betreft blijven jullie hier nog de hele namiddag zitten, maar denk er gewoon heel even over na, ok.”

Het werd stil. Wel was er veelzeggende non-verbale communicatie tussen de studenten onderling.

“In mezelf voelde ik een mix van ‘Goed gedaan Daniel’ en ‘Help, ik ben nog erger dan Bono’.”

Ik wandelde terug richting mijn zitbankje. Inwendig vloekend om wat ik mezelf had aangedaan, en bedenkend dat communicatie toch makkelijker is in een trainingslokaal dan in real life.

Eenmaal op mijn bankje sloeg ik het groepje vanuit mijn ooghoeken gade. Eén van hen wees met zijn vinger naar de andere kant van het park, waarop het groepje voorzichtig alle spullen begon te verzamelen en aanstalten maakte om te vertrekken. ‘Dan toch!’ meende ik mezelf op de borst te mogen slaan. ‘De impact van goede communicatie,’ concludeerde ik triomfantelijk. Tot mijn oog viel op de politiecombi die langzaam onze richting kwam aangereden.

(Luttele seconden later passeerde het zestal schoffelend mijn bankje. Allemaal keken ze aan met een beleefde glimlach en wensten me nog een ‘beautiful afternoon’.)

Daniel begon zijn loopbaan in de retailsector, waar hij zich als jonge snaak snel opwerkte van verkoper tot store manager. Het aansturen en motiveren van teams, steeds weer het beste uit mensen halen en hen verder laten ontwikkelen, bleken helemaal zijn dada te zijn. Mede hierdoor ging hij vervolgens aan de slag als district manager en sales manager. Na een lange wereldreis en diverse buitenlandse avonturen ontdekte Daniel uiteindelijk zijn liefde voor het trainersvak. Volg Daniël op LinkedIn